|
Een Fransman waarmee ik samen in de skiles zat. Zijn gezicht was één en al grijns. ‘Jullie zetten je overal overheen als er een probleem is, religie, politieke voorkeuren, vooroordelen, het probleem moet en zal de wereld uit!’ Ik keek hem enigszins beduusd aan. Op zoveel enthousiasme over ons landje was ik niet voorbereid…
Hij ging nog even door met het opsommen van voor mij al redelijk versleten onderwerpen zoals euthanasie, abortus, maar noemde ook zwangerschappen bij gehandicapten. Hier kwam hij bijna niet meer uit zijn woorden van verbazing en verwondering. ‘Jullie hebben het hier gewoon over! Ondenkbaar, volstrekt ondenkbaar dat wij daar in Frankrijk één woord over zouden reppen in de politiek!!’
Ik voelde me ongemakkelijk worden bij zoveel oprecht enthousiasme en ook wel een beetje jaloezie. Ja, dat Trots op Nederland-gevoel staat bij mij ook nog maar in de kinderschoenen. Dat kleine landje, dat opgeheven vingertje, dat stuurse volk van dijken en gemalen, wat voelde ik daar nu eigenlijk bij? Mijn gevoelens en emoties over Nederland inventariserend kom ik tot het volgende lijstje: Gemakzuchtig, ongemotiveerd, gelaten, een land van slijmballen en snelle praters maar doen, ho maar! Tja, niet zo mooi en zeker niet in overeenstemming met dat beeld uit andere tijden van de betweterige Nederlander die het op het irritante af eigenlijk meestal ook wel beter wist… Het beeld dat vanuit mijn jeugd lang is blijven kleven aan de volwassen generatie was dat ‘wij’ eigenlijk een behoorlijk eigenwijs volk waren. Daar werden we op aangevallen door andere landen, gekarikaturiseerd en beschimpt. Maar dat gaf niet want wij waren heimelijk trots! Wij durven dat toch allemaal maar te zeggen! In die sfeer ben ik opgegroeid. Nu behoor ikzelf tot de volwassen generatie en wat straal ik uit naar de jongeren? Ik haal me een aantal situaties en gesprekken voor de geest.
Ik weet het ook altijd beter, mijn mening en scherpe kritiek betreffen vooral de bestuurders van mijn eigen land. Die moeten het ontgelden, ik ben allerminst trots op mijn volksvertegenwoordigers. Visieloze baantjesjagers, die kennis en ervaring ontberen om de problemen van onze samenleving te snappen, laat staan op te lossen. Vaak wordt mij dan gevraagd of ik niet ook in de politiek zou moeten. Daar kan ik immers iets van mijn ideeën verwezenlijken. En elke keer overweeg ik het weer serieus. Wik en weeg ik de mogelijkheden mijn bijdrage te leveren. Waar moet ik wezen? Eerst penetreren in een politieke partij? Ja dag! Tussen dat zootje slijmerds? Ik kan mijzelf niet visualiseren tussen de clubdassen van de VVD, evenmin tussen de slecht geklede tobbende PVDA-ers. D66 lijkt ideaal, maar het wordt toch nooit wat met die partij? Ik wil tenslotte wat doen! En dus blijf ik doen wat ik doe: ondernemen! En schrijf ik af en toe wat frustratie van mij af. Deze column overdenkend realiseerde ik mij hoe ik in mijn eigen kleine bedrijf eigenlijk veel lijk op mijn eigen Nederland.
Omdat ik geen financieel grootgewicht ben word ik niet echt serieus genomen in de corporate wereld. Ik heb bovendien maar een handvol personeelsleden, dus op de schaal der dingen lijkt wat er in mijn bedrijf gebeurt niet van zo’n groot belang voor de economie. Toch gedraag ik mij groot omdat ik trots ben dat via onze site jaarlijks duizenden mensen aan werk worden geholpen. Onze vertegenwoordigers zouden ook eens op zoek moeten gaan naar andere waarden dan geld en macht om zich op voor te laten staan. Als zelfs Fransen van ons onder de indruk kunnen raken, dan hebben we nog een kans boven ons getob en gezeur uit te stijgen!
|