Emancipatie in de overgang
Linda Woudstra (45), oprichtster van Regeltante.nl, twee dochters van 10 en 12
In 2001 richtte zij Regeltante.nl op, een internetbedrijf dat zich bezighoudt met de bemiddeling van thuispersoneel. Bijna 20.000 mensen staan als thuishulp, gastouder of particuliere oppas ingeschreven, en 9.000 kandidaten zijn al aan het werk. Regeltante.nl springt in het gat dat door gebrekkige regelgeving en subsidies in de kinderopvang en andere zorggebieden is ontstaan.
Zelf geniet zij al bijna dertien jaar van het moederschap en besteedt daarnaast heel wat uren in de zaak: “Gelukkig kan dat allemaal tot wasdom komen; mijn werkzaamheden spelen zich niet altijd binnen kantooruren af en ik werk ook veel thuis.”
Volgens Linda Woudstra verkeert de emancipatie in een overgangsfase. Om de samenleving te veranderen zullen vrouwen de leiding moeten nemen. Pas als er kwalitatief goede en betaalbare alternatieven zijn, kunnen vrouwen participeren in het arbeidsproces. “Met een samenleving die na het leren lezen, schrijven en rekenen zijn handen van de kinderen aftrekt en alle zorg verder aan ouders overlaat, en met een overheid die een zwabberend beleid voert ten aanzien van subsidies voor kinderopvang, vind ik het begrijpelijk dat vrouwen zeggen dat zij zelf voor hun kinderen zorgen.”
Ook signaleert zij de noodzaak van een andere verdeling in het bureauwerk: “Huishouden, opvoeding en kostwinnerschap over twee werkende partners eerlijk verdelen - als er al twee partners zijn - is nu niet te doen. Mannen willen het best anders, maar het lijkt of vrouwen moeten vertellen hoe het ‘t beste kan.”
Zoals de kantooruren in Nederland indelen in twee roosters, wat gezinnen met (schoolgaande) kinderen aan het werk houdt, de productiviteit verhoogt en de verkeersdrukte vermindert op de Nederlandse wegen. “Wanneer je de werkweek horizontaal indeelt, kan de ene ouder vroeg vertrekken om van 07.00 – 15.00 uur te werken. De ander vertrekt wat later en werkt bijvoorbeeld van 10.00 – 18.00 uur, helpt de kinderen met opstaan, ontbijten en naar school gaan. De ouder die ’s middags eerder thuis is, vangt iedereen op, verricht alvast wat huishoudelijke taken en kookt. Beide partners maken zo substantiële werkweken en zijn zowel thuis als op kantoor voldoende aanwezig, ook omdat zij minder in de file staan.”
Vrouwen ontvangen anno 2008 nog steeds de impliciete boodschap dat de keuze is: kinderen of carrière. “Cultuur verander je niet zomaar. Die is net zo taai als de regelgeving rondom het eigen ondernemerschap, waar geen discriminerende wetten zijn ten opzichte van vrouwen, maar wel regels die tot discriminatie leiden: wie zeventig tot tachtig uur per week werkt, heeft immers voldoende tijd voor de complexe administratie en kan elk jaar drie tot zeven opdrachtgevers binnenslepen.”
Dus wil zij regels bestuderen, met alternatieven komen en vrouwen mobiliseren: “Ons geluid laten horen. Daarvoor hoeven we niet meer naar het Malieveld; we hebben immers internet.”
Zij ziet haar dochters zelfverzekerd opgroeien. “Ze hebben het gevoel dat ze hun eigen weg kunnen volgen. En zij denken in ondernemerschap, niet zozeer in banen. Mijn oudste dochter zei laatst dat als zij later groot is, zij niet in mijn bedrijf wil werken.” Zij schatert. “Dat heb ik dan tenminste al bereikt!”