|
Sinds ik een mevrouw ben, althans in de ogen van anderen, moet ik natuurlijk ook een hulp. Tegen andere enthousiaste mevrouwen durf ik niet hardop te zeggen dat een schoon huis niet heeeeeeel erg belangrijk voor me is, en dat ik die enkele keer poetsen fijn en meditatief vind. Maar ik kom er natuurlijk te weinig aan toe. Niet voor niets dringen ze me hun Fatima, Razine of Shirley op. Dat doen ze wel altijd met een voorbehoud: ‘Je moet er wel bij blijven hoor!’ Of: ‘Betaal haar niet teveel, dan verpest je de markt. Geef je ze een vinger...’ Of: ‘Ze doet nooit die randjes bij de kraan, direct wat van zeggen hoor!’ Alsof ik weet welke randjes ze überhaupt bedoelt.
Uiteindelijk ben ik in zee gegaan met een Roxan. Met stip aanbevolen door de achterbuurvrouw. ‘Ze werkt keihard, spreekt slecht Nederlands en kletst dus niet teveel. Bovendien, ze is pas verlaten door haar man, heeft geen cent te makken en een traumatisch verleden.’
Dat zag ik niet speciaal als aanbeveling maar zo bedoelde mijn buuv het wel, want: ‘Je doet in feite aan ontwikkelingswerk als je haar voor je laat werken.’
Tsja. Dat was weer een heel nieuwe invalshoek.
Zelf voel ik me eerder opgelaten door de ongelijke verdeling tussen ons. Ik win overduidelijk op inkomen, huis, klasse en vooral dom geluk. Oké, zij is jonger en mooier en kan beter schoonmaken, maar dat neemt mijn ongemakkelijke gevoel niet weg. Ik maak het haar dus maar zoveel mogelijk naar de zin. Ik ruim goed op voor ze komt, stop haar zelfs in de zomer kerstpakketten toe, zeg er niets van als ze de WC en de badkamer over slaat, help af en toe even mee, verhoog haar uurtarief en beveel haar bij iedereen aan. Dat blijkt een goede zet, ook voor mijzelf.
Ze komt helemaal los. Alle taalbarrières vallen direct weg als ze me verontwaardigd vertelt dat mijn achterbuurvrouw (die met die ‘idealistische’ motieven) nooit op tijd betaalt. Dat komt altijd ‘de volgende keer wel’. En er volgen meer verhalen.
Dat de kinderen van collega L hun snot aan de muren mogen afvegen en op het parket mogen stiften want ‘dat maakt de werkster wel schoon’.
Dat straatgenoot S tegen haar man schreeuwt.
Dat kennisje M verwacht dat Roxan iedere week de inhoud van de stofzuigerzak zorgvuldig uitpluist op mogelijke stukjes lego en playmobiel.
Dat mijn (keurige!) vriendin A laatst probeerde een man (niet die van haarzelf waarschijnlijk) onder het dekbed te verstoppen toen Roxan te vroeg binnenkwam.
En wat ze over mij zal zeggen? Dat maakt me eigenlijk niet uit. Want deze hulp bevalt me wel. Niet alleen blijf ik zo goed op de hoogte van het wel en wee van vrienden en bekenden, ook is er een nieuw machtsevenwicht ontstaan.
Dus ontwikkelingswerkers onder u, pas op. Klaag niet over je hulp, voor je het weet klaagt ze over jou. En betaal op tijd.
---
Reacties van lezer:
Reactie: Dat er nog mensen bestaan, zoals uw collega 'mevrouwen', die zo over een hulp in de huishouding denken! Laat ze zelf de huishouding doen, als ze het beter menen te weten.
Christel Hennekes
Reactie: Wat een leuk verhaal, heel herkenbaar! Ik herinner me de uispraak van mn zoon toen ik dit uitlegde: oooh, dus dat hebben jullie ook 2x gedaan? Bah...... Heeeee Anne-Marie, wat leuk dat je dit doet, helmaal op je lijf geschreven dit.
groetjes van: c.
|